61. Dolfijnen in de mist

Gepubliceerd op 21 maart 2021 om 19:51

In de stralende zon rijden we richting Akaroa, dat is een schiereiland op 1,5 uur rijden van Christchurch. Meteen zien we de omgeving veranderen, Akaroa is een uitgedoofde vulkaan die tussen 11 en 6 miljoen jaar geleden actief was. Samen met eveneens inactieve vulkaan Lyttelton vormt het een stuk land gevormd uit gestolde lava en neergedaalde as. Heel anders dan het Zuiderland dat bestaat uit continentale platen, die zo hard botsen dat ze land omhoog stuwen uit de zee. De weg is weer kronkelig en voert langs eindeloze groene schapenweiden, nauwelijks bomen hier. Steile afgronden verraden een brokkelige ondergrond van broze lavasteen. Rechts rijden we langs Lake Ellesmere, dat eigenlijk geen meer is maar een lagune, een stuk ingesloten zee. Het plaatsje Akaroa ligt aan een enorme baai met blauwgroen zeewater. Hier lag vroeger de krater van de vulkaan, nu biedt hij plaats aan boten, zeewier en de Hector dolfijn. Voor die laatste zijn we hierheen gekomen.


De Hector dolfijn is de kleinste dolfijnensoort en een van de zeldzaamste, er zijn er nog zo'n 12.000 van. Visserij en door de mens geïntroduceerde ziektes zorgen er, in combinatie met hun kwetsbare voortplantingsgedrag, voor dat de populatie steeds verder uitdunt. Samantha, onze gids en spullenmanager, leert ons dat we hem herkennen aan de rugvin die lijkt op het oor van Mickey Mouse. We krijgen een polsbandje met de tekst 'I helped save the Hector's dolphin' om, ik hoop van harte dat dat waar is. Samantha voorziet ook ons ook van wetsuit, handschoenen, duiklaarzen, duikbril en snorkel. Geen flippers, want de dolfijnen zwemmen naar ons en niet andersom. Frieda en ik betreden hoopvol en met een buik vol alles wat gember bevat, de boot. Lekker klein groepje met twee jongetjes die rondhollen in een klein wetsuitje.

Zodra we wegvaren zie ik een enorme laaghangende zeemist opdoemen waar we de rest van onze trip in rondvaren. Ik zie een meter of 15 in het rond, verder niets, geluid wordt sterk gedempt door de witte dampen, de zee is kalm en klotst tegen de boeg. 15 paar ogen speuren het zichtbare wateroppervlak af naar Mickey Mouse oren. Het duurt niet lang voor een groepje van drie Hector dolfijnen onze boot vergezelt. Ze zwemmen bliksemsnel onder en voor de boot uit, hun rugvin is steeds even te zien als ze ademhalen. Ze zijn prachtig net als de tien anderen die we gedurende de tocht nog gaan zien. Rustig verkennen ze de boot, verdwijnen dan een tijdje en komen een paar minuten later weer langs zwemmen. Hoeveel we er ook tegenkomen, ze lijken allemaal niet echt in de stemming om met ons te spelen. Het is nog vroeg in het seizoen en omgaan met mensen vergt een gewenningsperiode, zwemmen zit er dus niet in.

De kleine Tom is, net als Frieda en ik, zichtbaar teleurgesteld. Hij wenst dat ík een dolfijn was en ik beloof hem dat ik in dat geval zeker met hem zou willen zwemmen. Hij kan weer even lachen. De kapitein koerst de boot uit de mist en daar waar ik de haven verwacht, rijst een steile rotswand uit het water op. Terwijl de flarden mist erlangs trekken, zie ik vogels broeden en grote pelsrobben baden in de zon. Helemaal bovenaan, tientallen meters boven het water, grazen de schapen. In de rotswand zijn duidelijk verschillende lagen gestolde lava te zien, een geweldige aanblik. Op de terugweg naar de haven ontmoeten we een paar blauwe pinguïns, eentje blijft veel langer dan verwacht langs de boot flapperen. Wat een schattig dingetje. Omdat we een uurtje of wat in ons wetsuit hebben zitten meuren, genieten we van een warme douche. Als bonus krijgen we ook nog een deel van ons geld terug.

Op de autorit naar Christchurch besluiten we direct wat van onze bonus over de balk te gooien bij een restaurant boven op de berg. Het uitzicht op de baai bezorgt me kippenvel. Samen giechelen we om een schaap dat steeds probeert om gras net buiten de omheining te eten en dan vast komt te zitten met haar lange, gekrulde horens. Lol hebben we overal. We hebben zelfs radio-ontvangst tijdens de gehele rit! Hits uit de 60'er jaren vullen onze Nissan Tiida, terwijl ik soepel over de bochtige weg koers, raampje open, wind door mijn haar, zon op mijn gezicht. Aan deze dag valt niets tegen.

In Christchurch dompelen we onszelf nog eens onder in de luxe van een winkelcentrum. We drinken na twee weken weer een fruitshake, eten sushi en realiseren ons dankbaar dat we op 1 van de 3 plekken in NZ zijn waar die verkrijgbaar zijn. Doelloos slenteren we langs winkels met nutteloze spullen, een verblijf in de 'outback' van NZ ruimt het hart en het hoofd enorm op merk ik. Ongehaast trekken we een winkelwagentje uit de rij om de Countdown in te gaan. Oh, wat mis ik de winkelwagentjes van Nederland waarvan de achterwieltjes wél zwenken. Aan de linkerkant van de weg red ik me al 3000 km veilig en wel, maar met die prutwagentjes in de supermarkt heb ik al drie mensen bijna aangereden. De achterwielen zijn gefixeerd en maken het wagentje onbestuurbaar, zodat ik het steeds in de goede richting moet tillen of een draaicirkel van vijf meter nodig heb. Achterstevoren rijden gaat beter, maar dát is duidelijk niet de bedoeling. Moeizaam stuur ik langs alle vakken, want we hebben de tijd. Bij de blikjes tonijn sta ik lang stil, ik zoek altijd naar dolfijnvriendelijk, maar ik wik en weeg langer met het beeld van die kleine, actieve, onbevangen Hector dolfijnen in mijn hoofd.

We parkeren de auto weer op de vertrouwde plek voor het huis van Rudie en Tania. Ze staat al zwaaiend voor het raam, Rudie komt direct vragen hoe onze dag was. We koken pasta met rode saus met de dolfijnvriendelijkste tonijn die ik kon vinden en smullen op de bank van onze zelfgekookte maaltijd. Morgen uitslapen!

Verstuurd met ruime blik