Vanaf de Riverside bank stand level 5 kijken we uit over het enorme ovale grasveld. Ik denk dat er minimaal twee voetbalvelden inpassen. Beneden verrassend weinig spelers, de ploeg die aan slag is zit grotendeels in de kleedkamer. We zitten, op onze goedkope plaatsen, zo hoog dat het geluid van de leren bal op het slaghout ons een seconde later bereikt dan de aanblik ervan. Het stadion juicht uitbundig bij het voorkomen van elk punt bij de tegenpartij, de Hobart Hurricanes. Wij klappen lekker partijdig mee, want vandaag behoren wij tot de echte Adelaide Strikers posse.
Ik klem het blauwe joelbord dat ik bij de ingang kreeg strak tegen me aan. Zodra ‘wij’ groots scoren verwacht men dat ik direct het bord opsteek én dat ik de juiste kant laat zien. Da’s dus best een pittige opgave, want überhaupt een score herkennen is al heel wat. En dan du moment ook nog bepalen of dat vier of zes punten zijn – en dat zijn niet de enige scores die cricket kent – en de juiste kant van het bord tonen, maakt me op voorhand licht faalangstig. Gelukkig zijn de mannen van Tasmanië eerst héééél lang aan slag. Ook deze sport duurt best een beetje lang.
Echt, als we geen les hadden gehad was dit spel volledig, in al haar facetten, aan me voorbij gegaan. Maar met twee uurtjes cricketonderwijs pikken we er aardig wat essentie uit. Die stokjes beschermen, goed meppen, gewiekst gooien, strategisch bepalen om al dan niet te gaan lopen, alert in het veld staan. Wat een veelzijdige sport. Traag ook. Dat lossen ze in The Oval, een stadion groter dan de Amsterdam Arena, op met cheerleaders, publieks-joeltjes, blauwe borden, muziek tussendoor en natuurlijk de fancam.
Maar na dik een uur spelen kunnen we nog steeds niet de vinger op de puntentelling leggen. Waarschijnlijk is dat meer iets voor les twee. Het scorebord vol getallen, 10.5 over, run rate 7.5, HUR 6/128. Waar zijn de punten van de thuisploeg? En nog veel belangrijker: wanneer word ik geacht dat blauwe bord op te steken?
Dan, net als Frieda koffie gaat halen, staat iedereen opeens op. De Adelaide Strikers slaan wat in, terwijl er voor het publiek een emmer-op-je-hoofd-werpen wedstrijd wordt gehouden. Werkelijk iedereen loopt hier in de stad met zo’n enorme wegwerpemmer waar ze bij de KFC de kipvleugels indoen, op het hoofd. Het Aussie equivalent van de unox-muts. Een piepklein stoomwalsje plet de plaat tussen de stokjes nog even extra plat voor wat, gok ik, de tweede helft wordt.
Onder luid vuurwerkgeraas, dat een heel voetbalteam doet vermoeden, komen er twee slagmannen van de thuisploeg uit de catacomben. De rook trekt op, ze slaan het hout op de grond, de bowler draait zijn arm warm. Hij gooit, direct slaan ‘wij’ de bal over de lijn. Jaaa! Van schrik steek ik meteen het bord geheel juist op, net als Frieda de hoge trap op klimt met bier en koffie. Ze lacht om mijn enthousiasme. Dit is duidelijk de leukere helft.
In het uur dat volgt slaan de Strikers zoveel ballen over de lijn dat we haast onafgebroken met ons bord staan te wapperen. Wat een verschil met de eerste helft. Vreemd spel, dat cricket. Maar echt geinig om naar te kijken. Behalve de shirtjes dan. Kijk voor de dagenlange testmatches doet men nog appetijtelijk wit aan. Maar hier in de eredivisie voert een trend die zich het beste laat omschrijven als een Hawaï shirt met overal reclame. Maar dan drukker…. Teveel om naar te kijken. Misschien ter compensatie van het wel erg lege, groene veld.
Hier zo hoog tegen de hemel op stoel 2, rij X, juichend met mijn blauwe bord in de hand, voel ik het geluk in mijn lijf. Wat ben ik blij dat ik hier toch nog werk van heb gemaakt, na een prachtige kajaktocht door dicht mangrovebos en toch nog wat last minute souvenirshoppen. In de laatste etmalen die ons in dit land resten. Nu hebben we er echt alles, alles uitgehaald. Wat een reis, wat een avontuur, wat een leven.
Verstuurd vanuit The Oval
Maak jouw eigen website met JouwWeb