53. Doubtful sound

Gepubliceerd op 13 maart 2021 om 11:28
We liggen eindelijk op ons best grote comfortabele tweepersoonbed. We hebben een grote, met hout afgewerkte hut met eigen badkamer en WC aan boord van de Fjordland navigator. Uitgeteld drinken we een kopje kamillethee, wat een dag. Het avondprogramma waar we net van terugkomen, bestond uit een pittig college van bioloog Carol die mij de broodnodige kennis van inheemse diersoorten en de geologische historie van NZ bijbrengt. Zo heeft de kiwi, die wij hier waarschijnlijk echt niet gaan zien, heel veel kenmerken gemeen met zoogdieren. Neusgaten aan de punt van de snavel, vacht-achtige veren, een sterk reuk- en gehoorvermogen, een lichaamstemperatuur van 38 graden en hij leeft 's nachts. Een kiwi zoogt haar jongen natuurlijk niet, maar een kiwi-ei is enorm groo,t zodat het jong heel erg ontwikkeld ter wereld komt. Daardoor is het kiwi-vrouwtje vlak voor 'de geboorte' wel voor een derde gevuld met ei...
 
Carol leert me over de kakapo die roerloos stilstaat bij gevaar en ter camouflage op een varen lijkt. Over de zang van de Tui die twee setjes stembanden heeft en dus supergevarieerd kan fluiten. Over de introductie van de 'stout', een soort wezel, die de voor de jacht geïntroduceerde maar exploderende konijnenpopulatie moest inperken. Konijnen holden echter vrolijk weg, die waren gewend aan predatoren, de inheemse loopvogels en hun eieren niet....Hetzelfde geldt voor possums die werden uitgezet om de ratten en muizenplagen in te dammen. Possums lusten naast inheemse vogeltjes ook heel graag inheemse boompjes. Ecologie is hier een heel moeilijk vak.

Ademloos luister ik naar de opbouw van de waterlagen hier in Doubtful sound, dat is geen geluid maar een fjord. We zijn in het Fiordland national park met allemaal fjorden, waarvan Doubtful sound er één is. Ooit uitgesleten door gletsjers nu bijgeslepen door regenwater dat van de rotsen in grote en kleine watervallen het fjordwater instroomt. Het fjord is zo diep dat hier een scherpe scheiding is tussen het zoute oceaanwater dat het fjord instroomt en het brakke water dat erop ligt, een haloclien. En nou komt het interessante, voor mij dan..., het brakke water bevat veel donkergekleurd tannine, dat uit de bomen en planten is gewassen voor het in het fjord terecht kwam. Dus die bovenste laag houdt het licht tegen voor het veel helderder, echte zeewater dat eronder ligt. In die onderste laag zwemt hier allerlei zeeleven dat normaal in de oceaan op veel grotere diepte, lees donkerder omgeving, voorkomt. Het zoutgehalte in de bovenste laag varieert zoveel door regenval dat alleen mosselen daar kunnen overleven, maar tientallen meters daaronder in stabielere, maar vreemde omstandigheden floreert het leven. Ik vind het prachtig als zulke omgevingsfactoren de aan- of afwezigheid van leven dicteren.

Naast nerdy-stuff stappen we hier ook in een kajak en peddel ik door een van de meest afgelegen gebieden waar ik ooit was. Zelfs voor Nieuw-zeelandse begrippen is dit een moeilijk te bereiken gebied. Buiten vogels en het gedrup van water van mijn peddel hoor ik helemaal niets. Aan drie kanten rijzen met regenwoud bedekte heuvels en rotswanden naast me omhoog. Aan de opening van het fjord zie ik de zon langzaam van de besneeuwde bergtoppen in de verte afglijden. Ik proef het water, zout maar niet zo zout als de oceaan. Niet zo koud ook als ik verwachtte. Om hier te komen namen we een bus naar Lake Manapu, daar stapten we op een boot die ons in 50 minuten naar de andere kant van het meer bracht, daar stond een bus op ons te wachten die ons drie kwartier over een onverharde, slingerende weg reed naar de steiger waar de Fjordland navigator afmeert. De enige andere manier om hier te komen, is per helicopter.

Als we onze kajak terugpeddelen naar de boot heb ik een besluit genomen, ik ga erin. Voor de dappersten is een duik in het ijskoude fjordwater toegestaan en na een goedkeurend knikje van de badmeester, hol ik als een kind zo blij naar onze hut om mijn badpak aan te trekken. Frieda staat klaar met camera en grote handdoek als ik in de ondergaande zon een bommetje doe in het weergaloze fjordwater. Zodra ik kopje onder ga sluit het koude water als een strak net om mijn lichaam, alle lucht wordt uit mijn longen geduwd en ik voel het koude water prikken op mijn huid. Ik onderdruk de allesomvattende behoefte om direct het water weer uit te racen en blijf een paar seconden drijven tot het eerste ergste eraf is. Op het dek maakt een trotse Frieda foto's van me, ik voel alles heerlijk tintelen. Na een warme douche en in droge kleren stroomt het leven in de vijfde versnelling door me heen.

De Fjordland navigator vaart ons naar de opening van het fjord waar het uitkomt in de Tasmaanse zee. Op de eerste grote rots treffen we een kolonie pelsrobben aan die onverstoord de zoveelste boot met toeristen aanschouwt. Op de weg het fjord weer in zien we blauwe pinguïns zwemmen met alleen hun kop boven water. Het mooiste aanzicht komt natuurlijk van de dolfijnen die langs de boot zwemmen, als er een opspringt en in een speels boogje weer te water gaat kan ik mijn geluk niet op. Het eten is geweldig. Bij het toetjesbuffet mag ik, gezien mijn dappere plonsactie, vooraan in de rij plaatsnemen. Morgen om 6:30 uur word ik geacht weer naast mijn bed te staan. Slapen zal geen probleem zijn, denk ik. Wat kan je veel doen zeg, op zo'n dag.

Geschreven ronddobberend op Doubtful sound