Geheel verfrommeld opent mijn rij-instructeur op blote voeten de voordeur. “Feestje gehad?”, informeer ik zorgzaam voor ons beiden. Vandaag leer ik hoe met aanhanger achteruit in te parkeren, straatje te keren en onoverzichtelijke, Amsterdamse kruisingen over te steken zonder de boel te blokkeren of fatbikes te raken. Alvorens er ook nog examen in te doen. Tenminste dat hoop ik, want mijn instructeur, van wie ik deze kunde ga leren, ziet er belabberd uit. Net als zijn keuken. Ik haal adem, vraag om een doekje voor de tafel en neem de theorie nog even door terwijl hij zich opfrist. Ik voel aan alles dat dat dit een heerlijke dag gaat worden.
Hij heeft de 6 meter lange aanhanger al voor me opgehaald dus rij ik met ruime bocht in de regen het woonerf af. Meteen valt de auto vrijwel stil… de pook van de automaat zit precies op de plek waar in mijn auto de ruitenwisser zit. “Je moet hem niet tijdens het rijden in zijn neutraal zetten, schat“, meldt hij me rustig. Ik gniffel een oepsje, terwijl ik de 11 meter lange combinatie soepel door de straten manoeuvreer.
Samen met een collega oefenden we vorige week al het befaamde bochtje achteruit. Bij een temperatuur rond het vriespunt gaf hij drie uur lang geduldig aanwijzingen vanaf de stoep. Het kostte ons een keer of 10 voor we begrepen wat hij bedoelde met “Altijd naar het probleem toesturen”. Na nog eens 20 allesbehalve gladde bochtjes zagen we eindelijk ook in waar het probleem dan precies zat en wanneer. Geheel verkleumd, alles in zijn achteruit moet met raampies open, schudden we hem de hand. “Kom volgende week maar vroeg, schat.” Ik vermoed dat hij voldoende ruimte voor verbetering van mijn vaardigheden ziet.
Ik wil het zo graag kunnen. Dat achteruit met de grote aanhanger tussen de klusbus en de stal inparkeren. Dat aankoppelen met al die kabels, stekkers en dat wieltje. Dat rijden met ruime en vooruitziende blik. En dat het ook mag, dat ook. Dan kan ik op de boerderij van mijn broer ook es naar de milieustraat of een zinvolle aanwijzing geven als ik er in de modder naast sta.
Dus google ik een instructeur met veel sterretjes en op acceptabele reisafstand. Even hou ik mijn adem in als ik hem zie. Een gezette man die me uiterst luid in plat Amsterdams met schat begroet en ongevraagd een sigaret in mijn bijzijn aan de keukentafel opsteekt. Hij komt er bij mij ruimschoots mee weg, ik leer houden van het randje, het barstje. De wereld heeft behoefte aan meer authentieke, onvolmaakte mensen. Ik neem mij een ruime hoeveelheid fouten voor als we samen mijn examendag starten. Hij ontpopt zich als een geweldige en zeer, zeer geduldige leraar.
Vijf uur lang rij ik rondjes door en rond onze hoofdstad. Ik parkeer de aanhanger tussen smalle hekjes, zigzag tussen vrachtwagens op het industrieterrein en blokkeer een drukke kruising met tram in het hart van de stad. Ik neem er notie van hier nooit met een grote aanhanger te gaan rijden. Om 14 uur is het eindelijk tijd. Precies op de plek waar ik 26 jaar geleden leerde autorijden van Arie leg ik opnieuw een rij-examen af.
Mijn innerlijke criticus roept in de licht oplaaiende spanning wat zinloze flarden van oude overtuigingen. Ik ken mezelf inmiddels goed genoeg om te weten dat ik leuk weet te presteren onder druk. En aan mijn voorbereiding heeft het ook niet echt gelegen. Rustig stuur ik de combinatie daar waar mijn examinator heen wil. Ik voel dat het goed gaat en stop op de centimeter nauwkeurig voor het streepje met achteruit rijden. Als hij na het straatje keren weer richting CBR wijst, weet ik dat ik ben geslaagd. Dat ik midden voor de deur de aanhanger dan toch weer heel onhandig neerzet maakt mij niets meer uit. Wie perfectie nastreeft, wordt heel moe van zichzelf.
Zenuwachtig rokend staat hij me buiten op te wachten. Hij zoekt mijn blik en vraagt me, voor zijn doen zachtjes, hoe het ging. Als hij hoort dat ik ben geslaagd kijkt hij me vol trots aan. Tuurlijk ben ik geslaagd joh, ik heb toch hartstikke knap les gehad.
Geschreven met E achter B
Maak jouw eigen website met JouwWeb