Celtic

Gepubliceerd op 21 februari 2025 om 22:11

Met krullend haar van de regen staat ze te stralen voor het enorme groene stadion. Iets met voetbal. We zijn vrijwel de enigen op een plek waar bijna 70.000 mensen in passen. Het asfalt van de parkeerplaats staat vol plassen, de wind waait guur, het regent grijze miezer. Ik voel de tinteling van een magische plek.

 

In de lange wachtrij op onze heenreis op Schiphol neuriet een Celtic supporter zijn clubdeuntje. Verrassend opgewekt voor een echte fan die helemaal naar München vloog om zijn club onterecht te zien verliezen. Frieda hoort in zijn melodie een kinderliedje. Geboeid luisteren we vervolgens naar de alles behalve kindvriendelijke tekst van de Celtic-versie. En naar zijn moeilijk verstaanbare verhaal, waarvan Frieda vooral onthoudt dat hun stadion maar een half uurtje met de trein is. Wie mijn echtgenote goed kent, weet dat ze dat dus wil dan.

 

Dus google ik Glasgow en trein om een van mijn snode plannetjes te smeden. En of dat gaat lukken. Een half uur later rijden we met een pakje trein- en bustickets van flinterdun papier door wild, groen Schots landschap. Regenboogje erbij, wat een schot in de roos dit plan. Dat Glasgow zelf nat, modderig en mistroostig is, nemen we op de koop toe. We komen voor iets dat Frieda laat huppelen van voorpret. Dwars door de plassen.

 

Na een busrit over grijs asfalt, langs grijze huizen, door grijs weer, stappen we uit in een ietwat vervallen buitenwijk. Na jarenlange veldstudie merk ik op dat wereldberoemde voetbalstadions vrijwel altijd in dit soort wijken staan. En tennisstadions vrijwel nooit. Ik vermoed dat voetbal hier veel meer betekent dan een leuk spelletje. Alles is dicht natuurlijk. Niks geen wedstrijd. Al het groene gras verborgen achter hoge dichte hekken waar Frieda tussendoor gluurt om een flintertje van de mat te aanschouwen. Een open hekje leidt via een groen-witte gang naar groen-witte toiletten. Check. Stadion gezien.

 

Maar als we ons rondje om het ovaal afmaken stuiten we op de fanstore vol groen-witte kleding, knuffels, sleutelhangers en zelfs een Celtic broodrooster. Voor de uitzet van de echte fan. Frieda glundert met haar groen-witte tas vol groen-witte spullies op haar rug dat ze zin heeft in koffie. Natuurlijk is er ook nog een sports bar waar we een tosti met een zakje chips - wie heeft toch ooit bedacht dat dat lunch is - eten. Het café is gevuld met vaders en zonen die wachten op de stadiontour. Vertederende mannenspanning, voor hun helden. 

 

Op een tafeltje midden in de ruimte ligt een heel groot, heel dik boek, met heel veel plaatjes. Frieda vertelt, enthousiast wijzend een foto met verhaal, over een wereldberoemde Zweedse voetballer, waar ik nog nooit van heb gehoord. Ze bladert door anderhalve eeuw clubhistorie. Dit is haar museum. En dat van velen, want ook de vaders en zonen bladeren door Het Boek. 

 

Iedereen heeft zijn eigen museum, zijn eigen Boek, zijn eigen verhaal. We hadden ons kunnen storen aan al die voetbalfans in ons vliegtuig. Maar Frieda koos anders. En maakte de wereld een stukje mooier.

 

Geschreven met voetbaleerbied