Bilbao

Gepubliceerd op 19 oktober 2025 om 19:58

“Oh, het Google-heim museum!”, roept Frieda wijzend op die vreemde frietvormige gebouwen van het Guggenheim museum langs de rivier. Ik smelt als nooit tevoren voor haar. Het moge duidelijk zijn dat wij niet naar Bilbao zijn afgereisd uit voorliefde voor moderne kunst.

 

Waar precies dan wel voor, is ons ook niet helemaal duidelijk. Omdat mijn beste vrienden het er bijzonder naar hun zin hadden, omdat je er lekker schijnt te kunnen eten, omdat ze er Spaans spreken, omdat deze stad Transavia-loos bereikbaar is. Ook een flink doorgewinterde wereldreizigster kent zo haar grenzen. Zodra ik mijn eerste teug Spaanse namiddaglucht diep heb ingeademd, weet ik het. Omdat ik er zo van hou, van die Spaanse gezellige chaos. Van de lucht, van de vlotte, hartelijke mensen, van zonder jas tot bedtijd.

 

Na een kort, maar noodzakelijk, bezoek aan de supermercado – op zondag zijn die hier hermetisch gesloten – wagen we ons aan daar eten waar de Bilbao’s dat ook doen. Het kost ons ruim een half uur voordat we überhaupt doorhebben hoe dat werkt, want de helft zit of staat gewoon op straat te eten naast een piepklein poppe-barretje. Quasi alsof we enig idee hebben, flaneren we Lebesma no5 in. Frieda in mijn kielzog, want hier in Spanje mag ik het sociale pad effenen. Ik schat in dat een tafeltje naast de vitrines vol opgestapelde hapjes passend is in deze context. Links en rechts groepjes gezellig en luid kletsende Spanjaarden met hapjes tussen hen in. Frieda wijst vragend naar de bordjes. “Dat zijn dus die Pinxtos”, antwoord ik. Daarvoor is zij hier, zonder dat precies te weten. Zoals alleen zij dat kan.

 

Pintxos zijn een soort van Baskische tapas, maar dan altijd op een stukje stokbrood. Met een stokje erin. Ze gebaart dat ik maar even moet vragen wat er allemaal op zit. Op al die broodjes. Een zeer geduldige serveerster kletst me muy rapido door alle varianten heen. Ik kies wat, op basis van wat ik ervan versta. De rest op kleur…Niet onaardig. Na twee rondes tel ik puffend de stokjes. Negen. Samen. Wij. Al vol na negen stukjes stokbrood. Samen. Da’s dus het probleem met die Baskiese tapas. Ik zit vol zonder dat ik het idee heb echt iets te hebben gegeten. 

 

We rollen de donkerte van de zaterdagavondgezelligheid in. Wegens gigantisch hardloopevenement moeten we al vroeg links óf rechts van het parcours kiezen. Oversteken kan alleen in hazewindtempo en met een zekere minachting voor de regels. Samen bezitten we beide kwaliteiten en weten we maar liefst tweemaal de hoppende massa sporters te doorkruisen. Licht oorverdoofd vallen we diep in slaap in de meest geluidsdichte hotelkamer waar ik ooit verbleef.

 

Bij het ontbijt belooft de Spaanse weerman stormachtig weer met onweer, moessonregens en harde wind. Buienradar blijkt het roerend met hem eens dus maken we eerst plannetjes voor de andere dagen. Maar na uitvoerige voorbereiding en in het bezit van lokale OV-kaart valt er nog steeds geen spatje van de beloofde wolkbreuk uit de lucht. Verbaasd kijk ik omhoog naar de grijze wolken. 26 graden op mijn blote armen bij windkracht 5. Vreemd weer hier. In Bilbao.

 

Geheel droog met ongebruikte regenjas en plu stappen we de funicular in. Die houdt het midden tussen een tram en een kabelbaan. Terwijl ik vurig hoop dat ze de kabel nog effies hebben gecontroleerd rijdt het wagentje steil omhoog naar het bergstation. Het uitzicht is prachtig, de wind zo sterk dat ik in mijn zonnebril bij nul zon moet opdoen tegen rondvliegende takjes en blaadjes. In een klein barretje smullen we gefrituurde inktvis tussen geen enkele toerist alvorens we opnieuw voor slechts 42 eurocent naar beneden zoeven.

 

Op weg naar weer een voetbalstadion (…), elke Spaanse club lijkt hier wel beroemd, schampen we zomaar een Mexicaans restaurantje. Jaaaaa! Opgelucht vanavond iets warms en zonder stokbroodbodem te eten, lopen we binnen om te reserveren. Vanaf 19:30 uur open…hoe laat of dat wij aan tafel willen? Hij schrijft lachend mijn naam en antwoord op. Tot straks, ik kijk er naar uit.

 

Onder die vreemdgrijze regenloze wolken drentelen we zonder jas hand en hand over de mozaïktegeltjes van Bilbao. Ik weet weer precies waarom we hierheen wilden.

 

Geschreven voor etenstijd