Op de fiets

Gepubliceerd op 20 oktober 2025 om 21:54

Met een braaf maar ferm “Rik, rood!”, breng ik mijn kleine fietsje piepend tot stilstand. De helft van de groep die het groene licht wel haalde, wacht geduldig tot ik weer aanzet. Vandaag hoef ik lekker niks te doen wat niet mag, want verkeersgewijs volgt Bilbao keurig de regels. Dus fiets ik ouderwets helmloos tussen nul fatbikes achter gids Rik aan.

 

In schattig Vlaams verklapt hij ooit een dronken poging te hebben gedaan in De Hond Met De Bloemen voor het Guggenheimmuseum te klimmen. Iets met schijnwerpers en luidsprekers. Ik gier het uit en stap slingerend het verrassend pittige, wendbare elektrische fietsje op.  De wind op mijn wangen, mijn benen soepeltjes rond in een vertrouwd ritme, het geratel van mijn ketting. Oh, ik hou er zo van. Van fietsen. Dus als het enigszins mogelijk is stap ik op brakke huurfietsies van over de wereld en kachel op eigen gelegenheid of die van een gids door steden, een verlaten landschap of wijngaardje. Frieda slingert gezellig zingend mee.

 

Terwijl Rik uitlegt hoe Bilbao van een grauwe, in verval geraakte industriestad werd opgekuist in een hippe, frisse metropool voel ik mijn voeten weer richting de trappers gaan. Met een flinke beenzwaai, zijn hand omhoog, zet hij onze tour weer voorwaarts om de balans tussen beweging enerzijds en culture uitdaging anderzijds, voor mij perfect te houden. Ik leer dat het Guggenheimmuseum een slordige 120 miljoen euro kostte. In 1997. Ik zie Frieda vergeefs rekenen hoeveel miljard pesetas dat waren. Te veel om te tellen en toch binnen drie jaar terugverdiend. Toffe beslissing, in tegenstelling tot de keuze voor een matglazen wegdek in de hypermoderne Zubizuri brug. Het verhaal wil, dat al op de dag van de opening, de burgermeester van het regenachtige Bilbao op zijn plaatje ging op het spekgladde glas. Na hem volgden zoveel botbreuken dat er nu een kamerbreed tapijtje ligt. Niet alles pakt hier even goed uit.

 

Na een rondje om een van de beroemdste musea van Europa, legt Rik onze fietsen aan een grote ketting en gebaart ons de kiosk. Tijd voor koffie of Kalimotxo. De watte? Het laatste blijkt een ongelooflijk smerig klinkende mix van rode wijn met cola. “Jie-eg, jakkie!”, roep ik mijn neus optrekkend, om er vervolgens twee te bestellen voor Frieda en mij. Reizen gaat via de maag, wie niet proeft die niet leeft. Cola met rode wijn, hoewel een afschuwelijk klinkende combinatie, blijkt verrukkelijk. In de zon, langs de rivier, op dat muurtje voor het museum waar Rik ons heeft neergezet, met die kalimoxto in mijn hand, zit ik me toch een partij te genieten. Dat effect heeft fietsen wel vaker op me. Reizen ook.

 

Met meer honger dan onze inspanning doet verwachten kijken we dankbaar naar de vitrines met pinxtos. Toch wel handig die kleine broodjes overal en de hele dag door. Nadat we onze keuze hebben doorgegeven kijken we elkaar aan…nog eentje? “Dos kalimotxos, por favor.”

 

Verstuurd met frisse wangen