Haar donkerblauwe habijt wappert achter haar in de wind als ze ferm haar linkerhand
uitsteekt. Ze leidt ons langs weilanden waar de opkomende zon de hemel zachtroze kleurt.
Ik adem de koele ochtendlucht in. Of liever gezegd, hijg, want de Zuster van Denekamp
voor me rijdt op haar elektrische fiets een allesbehalve meditatief tempo. Dapper trappel ik
op mijn leenfiets met terugtraprem de gaten dicht. Dankbaarheid overstemt mijn wel-heelvroege-
ochtend-gevoel.
Mijn teleurstelling over het nieuws dat het ochtendgebed in juli en augustus prive is, slaat
snel om in dankbaarheid als de zuster ons gisteren uitnodigt om met haar te gaan fietsen.
Ik heb al “Ja, leuk!”, geroepen wanneer ze haar zin afmaakt… om 6:15 uur vertrekt ze.
Een mededeelnemer aan onze retraite vraagt voor de vorm nog of dat in de ochtend is. Ze
giechelt, die zuster. Ik mag haar enorm. Toewijding, wijsheid én ondeugd, allemaal in één
mens verpakt. En óf ik met haar ga fietsen. Mijn hoofd rekent stilletjes hoe vroeg ik de
wekker straks moet zetten.
Na het gezamenlijke avondgebed in de kapel van de zusters neemt ze ons mee naar de
fietsenstalling en opent een koelkastdoosje vol sleutels. Dat we er eentje mogen kiezen,
zegt ze, wel effies testen. De nummers staan op de fietsen. Ik kies Zuster 7. Ze heeft een
mooi hoog zadel, veel lucht in de banden en een terugtraprem. Net als de fietsen vroeger
bij oma. Ik rij enthousiast een paar rondjes over het pleintje voor het bejaardentehuis waar
de voormalige zusters van Denekamp wonen. Toen zij met pensioen gingen kwamen er
zusters uit Indonesië om hun levenswerk, hun opdracht, voort te zeten. Gehoorzaamheid
die ik niet ken.
Het is nog net donker als ik met slechts één espresso en een sultana achter de kiezen,
mijn fiets van het slot haal. Wie mij goed kent, weet dat ik zonder ontbijt niet heel ver kom.
Met wat dan ook. Ik besluit de gegarandeerd opkomende honger onderdeel te laten zijn
van de retraite-ervaring. Met tederheid aanschouw ik beide meefietsende zusters als ze
stoppen om met hun mobiele telefoon foto’s maken van de zonsopgang.
Onderweg huppelen hazen door de velden, zingen vogels hun lied en kijken hertjes
verschrikt op als we in stilte voorbij fietsen. Bij de vennen stappen we af om even te
wandelen. Ze geeft ons een mandarijntje. Ze is zorgzaam zonder daar ontzettend haar
best voor te doen. Inspirerend. We praten over de natuur, de droogte op de hei, over
veerkracht en lachen als opeens alle geiten en schapen uit het gebied mekkerend naar
ons toehollen. Natuurlijk herderschap. Wie zou haar niet volgen?
Gisteren sprak ik met haar persoonlijk. Over de onrust die ik soms voel. Mijn ademhaling
hoog en vluchtig, alsof ik op mijn hoede moet zijn, terwijl ik op de bank zit ‘uit te rusten’.
Geen idee waarom, waarvoor of waartoe, wetende dat het antwoord me geen stap verder
zal helpen. Yoga, mediteren, ademhalingsoefeningen. Het bij anderen zo kalmerende
effect blijft bij mij uit. Tot ik me plots op weg hierheen realiseer dat mijn gebruikelijke
kruistocht om die onrust weg te krijgen die onrust hooguit in stand houdt. En dat ik wellicht
ook gewoon onrustig kan zijn. En Daar Even Niets Van Vinden. Het effect van de retraite
start veel eerder dan ik dacht.
Na 18 kilometer fietsen stoppen we voor het ochtendgebed. Ze leest een psalm voor.
Midden in dat weiland, met de zon op ons gezicht. Samen zingen we een prachtige
lofzang in het ochtendgloren. Ik zing mezelf, de anderen en de voorbij hollende
hardloopster toe wat een zegen we zijn en hoe gezegend we zijn. Opnieuw merk ik op hoe
verbindend zingen met hoge kwaliteit van aanwezigheid is. Mijn hoofd vraagt zich niet
meer af waar mijn onrust vandaan komt. Mijn ademt stroomt, mijn buik rammelt.
Hongerig en energiek vallen we de ontbijtzaal binnen waar tot mijn grote vreugde een
gekookt eitje voor me klaar staat. Ik denk terug aan haar woorden gisteren. Dat ik mijn
onrust ook kan loslaten, vrij kan laten. Wat er dan zou gebeuren, vraagt ze me. Na mijn
initiële en gebruikelijke maar-dan-implodeert-het-Universum gedachtenspoor, denk ik nu,
na die vreemdvroege fiets-gebeds-lofzang-tocht dat ik hooguit een keer te laat zou komen.
Meer niet.
Geschreven in het klooster
Maak jouw eigen website met JouwWeb