De reis in zichzelf

Gepubliceerd op 24 juli 2019 om 15:22

Op de bootsteiger in Nauvo neem ik een slokje koffie. Het was vroeg vanochtend toen we de bus naar De Archipel pakten. We doorkruisen een eilandje of 20, verbonden door bruggen, zeedijken en felgele veerponten. We zijn onderweg naar iets bijzonders, maar ik weet nog niet wat. Reizen verruimt het denken meer dan bestemmen.

 

Gisteren verkenden we de oorspronkelijke hoofdstad van Finland te voet. Langs de oevers van de stadsrivier, Aura, een relaxte gezelligheid die me terugbrengt naar mijn studententijd. Turku was de volle 600 jaar dat Zweden heerste over Finland, de belangrijkste stad. De Russische bezetter zag de hoofdstad liever iets dichterbij eigen grondgebied, dus werd pas recentelijk met dat doel Helsinki gesticht. Prachtige historische gebouwen herinneren aan langvervlogen tijden. 

 

Bij een middeleeuws aandoende kathedraal bestudeer ik de stadsplattegrond. Funikuulaari! Dat moet iets van een kabelliftje zijn. Oh, daar ben ik, ondanks mijn hoogtevrees, dol op. Vreemd dat de VVV-mevrouw deze attractie niet noemde, maar dat mag de pret niet drukken. Hoewel het slechts een half uurtje lopen is, bereiken wij na anderhalf uur ‘de lift’. Iets met een loungeboot, genaamd Cindy, en een typisch Finse cocktail….

 

De Funikuulaari blijkt een superschattig poppestukje rails met een soort kabelbaancabine erop. Mijn hart maakt een sprongetje als ik op het liftknopje druk. Dit is zoals ik me als kind de glazen lift van Sjakie uit de chocoladefabriek voorstelde. Ik vermoed dat iemand hier zijn jeugdfantasie werkelijkheid heeft gemaakt. De omgeving bovenaan bevestigt mijn vermoeden. De lift is eerder aangelegd dan de bestemming ervan. Ik herinner me de licht hilarische uitspraak uit de luizenmoeder: het gaat niet om de bestemming, maar de reis in zichzelf. 

 

We reizen met het oudste veerpontje van de stad naar de zuidelijke oever. Föri staat op de boot. Föli op de bus. Funikuulaari op de lift. Turku houdt van subtiele grapjes en van de letter F… 

 

De boot naar Själö vaart slechts driemaal per dag dus zitten we veels te vroeg al met onze tasjes klaar op de steiger. Nauvo ruikt naar dennenbomen en gerookte vis. De zon brandt hevig als de MS Östern met open boeg aanmeert. Vanaf het topdek kijk ik mijn ogen uit. Zoveel eilandjes zag ik nog nooit aan mijn horizon. Wij varen in slechts 30 minuten een afstand die in de middeleeuwen uren roeien betekende. 

 

Själö is om meerdere redenen intrigerend. Ten eerste omdat hier vanaf de late middeleeuwen leprozen werden ondergebracht. In die tijd was de bodem nog niet zo teruggeveerd van de laatste ijstijd als nu waardoor het toen bestond uit twee eilandjes. Heel handig, zo’n satellieteilandje, midden voor de deur als je een besmettelijke ziekte wilt scheiden van het verzorgend personeel. Toen de laatste leprapatiënt bezweek, bleek dit een uitstekende plek om er lijders aan variabel psychisch leed naar te verbannen. Wel zo makkelijk, ver van de grote stad. 

 

Eenmaal met de voetjes aan een uitgestorven wal voel ik de isolatie van deze plek. Een groepje veldonderzoekers loopt met vlindernetje voorbij. Hier huist ook een onderzoeksstation wegens zeer zeldzame inheemse soorten. Ik sta met mijn neus tegen het glas van het laboratorium gedrukt. Microscopen, boeken, bekerglazen op lange, oude houten tafels. Ik moet denken aan de filmpjes waarin Niko Tinbergen in een veldlab zijn wereldberoemde gedragsonderzoek deed aan meeuwen. Hij zal zich ook wel eens alleen hebben gevoeld.

 

Een beetje historisch besef rijker begroeten we dankbaar de boot die ons terug naar Nauvo brengt. Ik verheug me op de lange busreis terug over al die eilanden. Vandaag is de reis mijn bestemming. 

 

Geschreven in de archipel