De Isabelle

Gepubliceerd op 9 augustus 2019 om 11:47

Zwetend sjouw ik met mijn zware rugzak door de warme loopbrug. Ik volg al een kwartier lang bordjes metro die eruit zien alsof de beloofde ondergrondse zich ook echt op geringe loopafstand van de aanwijzing bevindt. Niet dus, zonder enige afstandsinformatie vooraf, maar wel geheel verdwaalproof leidt een luchtslurf van 1,5 km ons naar metrostation Gårdet. Dit moet Zweden zijn.

 

Het maakt me niets uit. Wat sliep ik heerlijk op het zachte gedreun van de scheepsmotoren van de Isabelle. Diep in het ruim waar het schip slechts zachtjes wiegt, zonlicht haar weg niet vindt en mobiele ontvangst nog niet bestaat slapen we dieper dan de gezelligheid op dek 8 t/m 10 doet vermoeden. Waar we bij aanvang van onze overtocht nog tammetjes stationair met een koud biertje in de sky lounge ruwer water afwachten, gooien we eenmaal op rustige open zee onze ankers los.

 

De Golf van Riga is verrassend golfslagloos en belooft ons minstens vijf deiningarme uren tot de Oostzee. Wie dan leeft, wie dan zorgt, dus als we na een bezoek aan het zonnedek, het tapasrestaurant en de supermarkt op het bordje sauna stuiten, aarzelen we geen minuut. Een gortdroge, loeihete sauna wacht ons verlaten op, de rest van de boot zit in het bubbelbad. Nooit eerder zat ik in een scheepssauna, een beetje surrealistisch want je merkt niets van die totaal andere omgeving. Op het gedreun van zware motoren en hoge drempels overal na dan. Wegens onverwachte fitheid storten we ons in het bruisende nachtleven van dek 8. Terwijl Frieda de kaarten deelt haal ik twee cocktailtjes bij het Starlight palace. Flikkerende gokmachines, veel blacklight en een ouderwets combootje met een zangeres in een glitterding. Geweldig, wat een sfeer. Zo moet Vegas proeven. Bij de cowboy die prachtige liedjes uit mijn moeders jeugd zingt, verslaat Frieda me met het sushispel tot de kamillethee op is.

 

Pas als we een uurtje of wat in bed liggen, voel ik de zee iets veranderen. Dit moet de Oostzee zijn die me urenlang rustig heen en weer wiegt. Speciaal voor het aanschouwen van de archipel voor de kust van Stockholm zetten we de wekker. Eenmaal op het eerste dek met ramen blijkt dat geheel overbodig. De archipel is zo enorm dat we er al uren in varen, welke tijdzone je ook aanhoudt, Zweeds of Lets. Dat is ook meteen het voordeel, want met nog een goede twee uur op de klok kijken we onze ogen uit op de honderden, duizenden eilanden die versnipperd voor de kust van Zweden liggen. Al bij de eerste aanblik op het eerste eiland zie ik die onmiskenbare rijke variatie aan korstmossen op grijze rotsen tussen groene naaldbomen. Dit moet Zweden zijn.

 

Eenmaal uit de luchtslurf adem ik diep de vochtige lucht van Stockholm in. Het voelt als thuis. De kaartjesverkoper heeft weer gewoon prachtig rastahaar en geeft me naast een knipoog ook een leuk OV-rondje met bootje dat we met deze pasjes kunnen afleggen. Met die heerlijke metro zoeven we richting ons laatste appartement van deze reis. Zonder uitzondering het meest smoezelige ook. Zweedse huisvrouwen m/v staan niet bekend om hun poetsdrift, emancipatie betekent hier gewoon dat niemand meer schoonmaakt, wel zo makkelijk. Dus het verheugt me dat ik een traditionele versie mag betrekken….

 

Na een vluchtige schoonmaak van de keuken trekken we naar Gamla stan, het oudste stadscentrum handzaam op één eilandje. Prachtige gebouwen en smalle straatjes gevuld met souvenirswinkels en toeristen. Met onze zoveel-als-we-willen ov-kaarten op zak pakken we terug de grootste omweg die we kunnen vinden. De mooiste schatten liggen hier soms ondergronds, merken we als we een rolletje volschieten in metrostation Kungsträdgården.

 

Vlak voordat ik ga slapen leun ik nog even uit het raam. Een klein bos vult de achtertuin, ik adem diep in. Wat een frisse lucht, wat een rust voor zo’n grote stad. Het wordt me langzaam duidelijk, Stockholm is enorm en zeer de moeite waard. Ook als het regent.

 

Geschreven met de voetjes op de bank