Midden voor mijn neus speelt een zeehond. Rustig draai ie rondjes in het zonbeschenen water. Een rog van een slordige vierkante meter zweeft onder ons door naar de andere kant van de pier. Mannen met hengels turen naar het water. Af en toe trekt een vrouw een krabnet langs de pilaar omhoog. Wat een paradijselijke plek. Op de vismeur na dan.
We zijn weer op zo’n plek die veel mooier is dan haar eerste indruk doet vermoeden. Gedateerd, beetje muf motelletje in een golfplaten slaapstadje zonder supermarkt of euro 95 benzine. Alfameneer met lange, onverzorgde baard en smutzig hemd bij de receptie. En nog eentje boerend op het terras. Of dat we bij de caravan van de slagerij of bij het hotel willen eten. Meer is hier niet te krijgen. Waarom zijn we hier?
Het was die fantastische snorkeltour die ons deed besluiten om het York schiereiland helemaal af te rijden. Zelfs de doorslaggevende factor voor het huren van een auto. Echt iets om naar uit te kijken. Zodra we een motel hebben geboekt, wordt de trip geannuleerd. Iets met een onfortuinlijke jongeman en een witte haai op precíes de plek waar we de flippers in het water zouden zetten. Het universum heeft overduidelijk iets anders voor ons in petto dus volgen wij trouw haar vage aanwijzingen naar het puntje van de peninsula. In de stromende regen….
Er was ons moordende, allesverzengende hitte beloofd. En droogte van onmenselijke proporties, hier in de droogste staat van het droogste continent op Aarde. Ik had me er, met mijn Scandinavische, koele bloed, zelfs al zorgen over gemaakt. Om vervolgens, al aquaplanend, 300 km in een stromende, gietende wolkbreuk met bliksem en al, naar hier te rijden. Heel die woestijn ondergelopen, niks geen bosbranden. Al mijn voorbereidingen voor niks, want rijden in de regen dat kon ik natuurlijk al heel goed. Dus slinger ik door de heuvels, terwijl bij 27 graden de dampen opslaan uit het bos. Wat een vreemd mooie rit.
Zodra we de handrem aantrekken in Stansbury stopt het met regenen. Ik boek vast een tafeltje bij het hotel, de slagerscaravan serveert hoogstwaarschijnlijk iets met vlees… We lopen langs het prachtige strand, terwijl de zon zo plots aan kracht wint dat we bij terugkomst direct in het ijskoude zwembad springen. Pas als we op een bankje naast ons motel gaan zitten, zie ik hoe ontzettend mooi het hier is. En het ziet hier niet eens zwart van de mensen.
Met de zeewind door mijn natte haren, buitelt die zeehond nog steeds rondjes in de verte. Het zijn toch vaak de allerbeste plekken, die met een vlekje, met een randje. Plekken met een verhaal.
Verstuurd vlak voor het eten
Maak jouw eigen website met JouwWeb