Ik drink een biertje tegenover het kerkje waarvan niemand meer weet hoe oud het precies is. Zo oud. Ze toont prachtig gehavend tegen een zeldzaam blauwe lucht. Bemoste grafzerken op het grasveld om haar heen. Naast me rookt een lokale mevrouw een sigaartje. We zijn in Chagford, twee straten groot.
Dit stipje op de kaart laat zich uitsluitend bereiken door een uiterst bloedstollende autorit over, iets dat zich het beste laat omschrijven als een smalle, groene goot. Met hoge, kaarsrechte begroeiing en ongeveer zo breed als onze Nissan Micra, plus een heel klein beetje speling. De ‘grote weg’ heeft ook nog inhaalplekjes waar je je door tegemoetkomend landbouwverkeer gratis tegen de groene muur kan laten pletten. Dit dorp heeft geen attractie park nodig.
Dus met lichte tegenzin pakken we de autosleutel voor een ritje naar een nog kleiner vlekje op de kaart van Dartmoor national park. We kunnen hier echt niet weg zonder een echte hike dwars door schitterend glooiend groene natuur. Frieda, de dapperste chauffeur van ons beiden, stuurt net rechts het dorp uit als ons beider mobiele ontvangst wegvalt. In ons ruim bereisde leven waren wij als koppel uitsluitend ontvangstloos in de outback van Australië en de zoutvlakte van Bolivia. Om dat even te duiden… Dit is duidelijk geen Europa.
Offline storten we ons in het groene doolhof dat onze uitvalsbasis omringt. We onthouden de ligging van elk laatste inhaalvak dat we passeren. Hoewel het hier rustiger is dan ik had kunnen wensen rijdt Frieda met enige regelmaat achteruit door het groene gootje. Men rijdt hier hard en beleefd. Een effectieve combinatie waar we ons graag aan aanpassen, maar de maximumsnelheid van 90 km per uur tikt niemand hier aan. Het enige lichtpuntje is dat je je hier in elk geval niet druk hoeft te maken over rijden op de verkeerde weghelft. Er is er maar één voor beide richtingen.
We wandelen uren door gras, varens, onder oude eiken en langs schapen. Door het hek of eroverheen. Op de plek waar je overal mag komen is niemand. Met mijn nieuwe wandelappje-met-offline-route lukt het me met moeite om ‘het pad’ te vinden. Geen enkele bewegwijzering, alleen de rotsformaties hebben namen die getuigen van een levendige fantasie. Of ze zijn het bewijs dat de oude kelten ook wel eens biertje dronken. Da’s natuurlijk ook een optie.
Ik hou van steen. Van die grote, grijze reuzen die zo kalm in het groen liggen of al eeuwen op de rand van een klif balanceren. Vol korstmossen, grofgespleten en geen twee hetzelfde. Koel als het warm is en warm als het koud is. Ik zou best een goede Kelt zijn geweest. Zo’n langgerekt huisje bouwen van keien, vee erin en ’s avonds namen bedenken voor al die vreemde rotsen om me heen. Op papier best geinig, maar als ik in de overblijfselen van een ‘long house’ stap voel ik de hardheid van dat leven. Zo temidden van al dat groen. Nooit ontvangst, geen supermarkt en niet eens een smal, groen gootje om doorheen te rijden, geen bebouwde kom van wel twee straten groot.
Terug bij de auto prijs ik me gezegend. Voor weer een prachtig natuuravontuur, voor de toevallige ontmoetingen onderweg, voor het kerkje dat gewoon open is terwijl er niemand is, voor het leven dat ik leid. Lekker over mijn eigen pad. Tenminste, als je de groene goot uit bent…
Frieda draait naar rechts. Ze stopt. In het groen ontwaren we nog net het bord ‘No wide vehicles’. Hoe dan? De varens hangen nu al aan onze buitenspiegels. Dan maar naar links. Morgen bewandelen we wel weer ons eigen pad.
Geschreven in het dorp waar alle tafeltjes plakken
Maak jouw eigen website met JouwWeb